SeringNu: water geven
Syringa vulgaris

Sering verzorgen: wanneer bemesten, opruimen, planten, snoeien, beschermen, water geven, wieden?

Sierheesters

"Lilac Harlow Museum & Walled Gardens, Essex 01" door Acabashi, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Overzicht van alle tuintaken voor sering (sierheester), met per taak het juiste moment.

Actuele maand: Augustus

Wat moet je nu doen in je tuin?

Jaarkalender

Het hele tuinjaar voor sering in één blik. Een maand kan meerdere fasen dragen — die staan dan naast elkaar in dezelfde cel.

SeringJFMAMJJASOND
Fase
📍 Huidige maand: Augustus
  • Planten
  • Verzorgen
  • Opruimen

Botanische naam en rassen

Syringa vulgaris (Oleaceae (olijffamilie))

  • 'Mme Lemoine' — Zuiver wit, gevuld, zwaar geurend. De klassieker die je in zowat elk Belgisch tuincentrum vindt. Groeit door tot 4 m en wordt op den duur meer boompje dan struik.
  • 'Charles Joly' — Donker purperrood, gevuld, bloeit een week later dan de meeste. Houdt zijn kleur beter in de zon dan de lichtpaarse rassen.
  • 'Katherine Havemeyer' — Lilaroze, gevuld, met zware brede pluimen. Mooi in de vaas, maar de trossen hangen door na regen.
  • 'Andenken an Ludwig Späth' — Diep purper, enkelbloemig, opvallend donker. Blijft smaller dan de meeste, dus bruikbaar waar je weinig breedte hebt.
  • 'Beauty of Moscow' (Krasavitsa Moskvy) — Roze knoppen die wit opengaan, gevuld, zodat de struik twee kleuren tegelijk toont. Wat trager op gang dan de rest.
  • 'Marie Legraye' — Wit en enkelbloemig, kleinere struik dan 'Mme Lemoine'. De enkele bloem is opener en trekt merkbaar meer bijen.
  • 'Président Grévy' — Blauwlila, gevuld, grote pluim. De kleur verbleekt naar het einde van de bloei toe.
  • Let op: dwerg- en doorbloeiende seringen — Syringa meyeri 'Palibin', 'Flowerfesta' en 'Bloomerang' staan naast de gewone seringen in het rek en worden veel verkocht voor kleine tuinen, maar het zijn andere soorten of kruisingen. De doorbloeiers zetten ook op nieuw hout bloem en krijgen na de eerste bloei juist een stevige terugsnoei om die tweede bloei te halen. De snoeiregels op deze fiche gelden voor Syringa vulgaris.

Maand-per-maand kalender

Februari

  • Snoeien — Alleen een verwaarloosde struik verjongen: een derde van de oudste stammen tot bij de grond wegzagen. (De enige snoei die voor de bloei mag, en hij kost je de bloei van dit jaar. Staat je struik er goed bij, sla deze maand dan over.)

Maart

  • Bemesten — Een emmer verteerde compost in een ring rond de voet, losjes ingeharkt. (Op zure zandgrond om de drie jaar wat kalk erbij. Geen kunstmest met veel stikstof.)

April

  • Beschermen — Na een late vorstnacht de pluimen nakijken op bruine, slappe bloempjes. (De struik zelf is ruim hard genoeg; het gaat alleen om bloemen die al open stonden.)

Mei

  • Snoeien — Zodra de laatste pluimen verkleuren: uitgebloeide trossen eraf en de struik uitdunnen. (Dit is het moment van het jaar. Twee tot drie weken na de bloei, niet later.)

Juni

  • Snoeien — Late bloeiers afwerken en de eerste wortelopslag wegtrekken. (Na eind juni zitten de knoppen voor volgend jaar er al in. Wie dan nog snoeit, snoeit bloei weg.)

Juli

  • Water geven — Pas geplante struiken bij droogte 10 tot 15 liter per week geven. (Een gevestigde sering laat je gerust, ook in een droge zomer.)

Augustus

  • Wieden — Wortelopslag van de onderstam wegtrekken. (Trekken, niet knippen. Een afgeknipte scheut komt dubbel terug.)

Oktober

  • Opruimen — Het afgevallen blad onder de struik wegharken. (Blad met mineergangen of witte aanslag bij het gft, niet op de composthoop.)

November

  • Planten — Blootwortelstruiken zetten zolang het niet vriest. (Volle zon en grond die niet nat blijft staan. Ruim inwateren, ook in november.)

Verzorging

  • Grond/pH: 6,5 tot 7,5. Hij wil kalkhoudende, neutrale tot licht basische grond en heeft een uitgesproken hekel aan zure grond. Staat hij op zure zandgrond, strooi dan om de drie jaar wat kalk rond de voet. Belangrijker nog dan de pH is de ontwatering: de grond mag stenig en schraal zijn, maar niet nat.
  • Zon/schaduw: Volle zon, minstens zes uur per dag. Hij groeit ook in halfschaduw, maar dan zie je het meteen aan de bloei: minder pluimen, kleiner, en de struik gaat naar het licht toe scheefgroeien. Een sering die niet bloeit staat in negen van de tien gevallen te donker of is op het verkeerde moment gesnoeid.
  • Water: Een gevestigde sering heeft zelden water nodig en staat een droge zomer probleemloos uit. De eerste twee zomers na het planten wel bijhouden: bij droogte 10 tot 15 liter per week, in een keer aan de voet. Natte voeten verdraagt hij niet - op zware, natte grond gaat hij jaar na jaar achteruit en bloeit hij steeds magerder.
  • Plantafstand: Solitair 2,5 tot 3 m tot de buren, in een losse bloeiende haag 1,5 tot 2 m. Reken op 3 tot 4 m eindhoogte en ongeveer evenveel breedte, dus zet hem niet vlak tegen een pad of een gevel.
  • Bemesting: Weinig nodig. Een emmer goed verteerde compost in het voorjaar in een ring rond de struik is genoeg voor het hele jaar. Spaarzaam met stikstof: te veel geeft lange scheuten, groot blad en nauwelijks bloemen, en het maakt de struik vatbaarder voor bacterievuur.

Goede en slechte buren

Combinatieteelt in de klassieke zin - buurplanten die plagen weghouden of de smaak verbeteren - speelt hier niet. Een sering is een houtige struik van drie tot vier meter die decennia blijft staan; hij heeft geen buur nodig en beschermt er ook geen. Wat wel telt, is wat je eronder zet. De grond onder een oude sering is droog en beschaduwd, en de wortels zitten er vlak. Voorjaarsbollen werken daar goed, want die zijn klaar voor de struik dichttrekt: boshyacint, narcis, longkruid. Voor de rest van het jaar zijn ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum) en schaduwkruid betrouwbaar in droge schaduw. Zet er niets in dat zure grond nodig heeft - rododendron, azalea, hortensia's die je blauw wilt houden - want de sering wil het net omgekeerd en je kunt de grond niet voor allebei goed krijgen. En spit niet onder de struik om iets te planten: dat beschadigt de vlakke wortels en lokt wortelopslag uit.

Ziekten en plagen

Seringenmineermot (Caloptilia syringella)

Symptomen: Blaasvormige, bruine plekken in het blad die daarna oprollen tot een kokertje. Begint in juni en kan tegen augustus een groot deel van de struik bruin zetten.

Bio-remedie: Pluk de opgerolde blaadjes weg zolang het om enkele takken gaat en doe ze bij het gft. Verder niets doen: de struik gaat er niet aan dood en loopt het jaar erop gewoon weer uit.

Voorkomen: Hark het afgevallen blad in het najaar weg, want de poppen overwinteren erin. Dat ene karweitje scheelt het meest voor het jaar erop.

Bacterievuur van de sering (Pseudomonas syringae pv. syringae)

Symptomen: Jonge scheuten verwelken en verkleuren zwart, bloemknoppen verschrompelen voor ze opengaan, hele takken sterven terug. Duikt vooral op na een koude, natte lente.

Bio-remedie: Snoei aangetaste takken bij droog weer weg tot 20 cm in gezond hout en ontsmet je schaar tussen elke snede. Het weggesneden hout bij het gft, niet op de composthoop.

Voorkomen: Luchtige stand en een uitgedunde kroon zodat het blad snel opdroogt, matig bemesten, en nooit snoeien als het nat weer is of regen op komst is.

Echte meeldauw (Erysiphe syringae)

Symptomen: Witte, poederige aanslag over het blad, meestal pas vanaf augustus en vaak eerst aan de binnenkant van de struik.

Bio-remedie: Meestal niets doen. Het komt zo laat in het seizoen dat de struik zijn werk voor dat jaar al gedaan heeft; het is lelijk, geen schade.

Voorkomen: Uitdunnen bij de snoei na de bloei zodat de lucht erdoor kan, en niet over het blad water geven.

Verwelkingsziekte (Verticillium dahliae)

Symptomen: Een tak of een halve struik verwelkt plots midden in de zomer terwijl de rest er gezond bij staat. Snijd je zo'n tak door, dan zie je een bruine verkleuring in het hout.

Bio-remedie: Neem de aangetaste takken weg tot in gezond hout en voer ze af. Er bestaat geen middel tegen; een struik die het overleeft groeit er soms overheen, een andere gaat er in twee seizoenen aan.

Voorkomen: Plant geen sering waar net een heester aan verwelkingsziekte bezweken is - de schimmel blijft jaren in de grond. Beschadig de wortels niet bij het planten of bij het spitten eronder.

Oogst en onderhoud

Bloei: eind april tot eind mei, twee tot drie weken lang, en de geur draagt tot achter in de tuin. Wil je pluimen in de vaas, snijd ze dan 's morgens vroeg, wanneer het onderste derde van de tros net open is - een tros die volledig open is, is binnen twee dagen uitgebloeid. Haal al het blad van de steel, want blad trekt het water weg van de bloem, en snijd de steel schuin af of splijt het onderste stukje. Zo houdt een tros het vijf tot acht dagen. Snijd nooit meer dan een derde van de struik weg, en bedenk dat elke tros die je meeneemt een tak is die volgend jaar had gebloeid. Meteen na de bloei snijden is dus dubbel gewonnen: je hebt je boeket en je snoeibeurt in een keer gehad. Snoeihout: seringenhout is hard, dicht en ruikt zoet als je het klieft. Dunne takken versnipper je tot mulch of leg je op de takkenwal - de holle, oudere stukken zijn goede overwinteringsplekken voor insecten. Dikke stukken drogen traag maar goed en worden soms gebruikt als rookhout; hou het dan bij kleine hoeveelheden, want de smaak is stevig. Hout van een tak met bacterievuur of verwelkingsziekte gaat bij het gft: niet op de composthoop, niet op de takkenwal en niet in de rookkast.

Bronnen

  • RHS - Syringa vulgaris, plantfiche — https://www.rhs.org.uk/plants/syringa/vulgaris/details
  • Tuinadvies.be - Syringa vulgaris 'Mme Lemoine' — https://www.tuinadvies.be/planten/sierheesters-halfheesters/syringa-vulgaris-mme-lemoine/sering/
  • Tuinadvies.be - Syringa vulgaris 'Charles Joly' — https://www.tuinadvies.be/planten/sierheesters-halfheesters/syringa-vulgaris-charles-joly/sering/
  • Tuinadvies.be - Basistechnieken: leren snoeien — https://www.tuinadvies.be/tuininfo/planten/bomen-heesters/basistechnieken-leren-snoeien/

Tuintaken voor sering

Verwante planten

Zet in mijn tuin →Gratis · in 3 stappen klaar

Wil je per seizoen precies weten wat te doen in jóuw tuin? → Bekijk de Seizoenpas