Overzicht van alle tuintaken voor ui (groente), met per taak het juiste moment.
Jaarkalender
Het hele tuinjaar voor ui in één blik. Een maand kan meerdere fasen dragen — die staan dan naast elkaar in dezelfde cel.
| Ui | J | F | M | A | M | J | J | A | S | O | N | D |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Fase |
- Planten
- Verzorgen
- Oogsten
- Opruimen
Botanische naam en rassen
Allium cepa (Amaryllidaceae)
- Stuttgarter Reuzen — Klassieke gele plantui, betrouwbaar en goed bewaarbaar.
- Sturon — Vaste bewaaruien-standaard bij Belgische zaadhandelaars, ronde vorm.
- Rode Barletta / Rode Ui — Rode plantui, mild van smaak, iets korter bewaarbaar dan gele rassen.
Maand-per-maand kalender
Maart
- Planten — Plant plantuitjes 2-3 cm diep, punt naar boven, 10 cm in de rij. (Venster half mrt-eind apr.)
April
- Wieden — Houd het bed goed onkruidvrij; ui heeft ondiepe, weinig concurrentiekrachtige wortels. (Apr-half jul.)
- Beschermen — Dek af met insectengaas tegen de uienvlieg, vooral bij jonge planten. (Venster half apr-half jul.)
Mei
- Water geven — Geef bij droogte water tot de bolvorming; daarna droger houden voor betere bewaring. (Mei-half jul.)
Augustus
- Oogsten — Rooi zodra het loof omvalt en geel wordt; laat de bollen enkele dagen op het land narijpen/drogen. (Venster half jul-eind aug.)
- Opruimen — Knip het loof 2-3 cm boven de bol af zodra de bollen goed droog zijn. (Vóór de opslag.)
Verzorging
- Grond/pH: Lichte, goed doorlatende grond zonder verse mest; pH 6,5-7,0.
- Zon/schaduw: Volle zon.
- Water: Matig tot de bolvorming, daarna juist droger houden — te veel vocht laat in het seizoen geeft slecht bewaarbare bollen.
- Plantafstand: 10 cm in de rij, rijen 25 cm uit elkaar.
- Bemesting: Matig; te veel stikstof geeft zachte bollen die snel rotten in de opslag.
Goede en slechte buren
Goede buren: Wortel (wederzijds insectenwerend), aardbei, sla als bodembedekker tussen de rijen
Slechte buren: Stokboon en erwt (peulvruchten en Allium remmen elkaars groei — klassieke slechte combinatie), kool (concurrentie om voedingsstoffen)
Plant ui nooit naast boon of erwt: beide groeien merkbaar slechter in elkaars nabijheid, een van de bekendste 'slechte buren'-regels in de moestuin.
Ziekten en plagen
Uienvlieg (Delia antiqua)
Symptomen: Larven vreten gangen in de bol; loof verwelkt en verkleurt geelbruin.
Bio-remedie: Aangetaste planten verwijderen en afvoeren.
Voorkomen: Insectengaas tijdens de vluchtperiode; wisselteelt; plantuitjes (minder gevoelig dan zaai) gebruiken.
Valse meeldauw (Peronospora destructor)
Symptomen: Grijsviolette schimmelpluis op het loof bij vochtig weer, blad sterft daarna af.
Bio-remedie: Aangetast loof verwijderen; ruimte tussen de planten vergroten voor volgend seizoen.
Voorkomen: Ruime plantafstand, niet op het blad gieten, wisselteelt.
Halsrot (Botrytis allii)
Symptomen: Grijze schimmel bij de hals van de bol, vooral zichtbaar tijdens de bewaring.
Bio-remedie: Aangetaste bollen direct verwijderen uit de opslag om verspreiding te voorkomen.
Voorkomen: Bollen grondig laten drogen vóór opslag; niet te vroeg oogsten; goed geventileerde bewaarplek.
Oogst en onderhoud
Rooi bij droog weer zodra het loof omvalt; laat de bollen nog enkele dagen op het land of op een rek narijpen tot de hals helemaal droog is. Bewaar gevlochten of in een netzak, koel, droog en donker, met veel luchtcirculatie — zo houden gele bewaaruien het maanden vol. Beschadigde of dikhalzige bollen het eerst gebruiken, die bewaren niet goed.
Bronnen
- GBIF Backbone Taxonomy — Allium cepa, ACCEPTED (gbif.org/species/2857697)
- Wikispecies — Allium cepa, taxonomie & auteurscitatie (species.wikimedia.org/wiki/Allium_cepa)
Tuintaken voor ui
Verwante planten
Wil je per seizoen precies weten wat te doen in jóuw tuin? → Bekijk de Seizoenpas