Nu: water geven
Solanum tuberosum

Aardappel verzorgen: wanneer opkweken, planten, beschermen, wieden, water geven, oogsten, opruimen?

Groenten

Overzicht van alle tuintaken voor aardappel (groente), met per taak het juiste moment.

Jaarkalender

Het hele tuinjaar voor aardappel in één blik. Een maand kan meerdere fasen dragen — die staan dan naast elkaar in dezelfde cel.

AardappelJFMAMJJASOND
Fase
  • Zaaien / opkweken
  • Planten
  • Verzorgen
  • Oogsten
  • Opruimen

Botanische naam en rassen

Solanum tuberosum (Solanaceae)

  • Bintje — Belgisch-Nederlandse klassieker, veelzijdige frietaardappel; vrij vatbaar voor aardappelziekte, dus telen onder wisselteelt.
  • Nicola — Vroege, vastkokende salade-/tafelaardappel.
  • Charlotte — Vastkokend, fijne smaak, goede opbrengst; populair in de moestuin.
  • Désirée — Rode schil, bloemig-vastkokend, redelijk droogtetolerant.
  • Sarpo Mira — Zeer hoge resistentie tegen aardappelziekte; eerste keuze voor spuitvrij telen.

Maand-per-maand kalender

Februari

  • Opkweken — Pootaardappels voorkiemen: rechtop in een eierdoos, lichte en koele plek (10-15°C). (Venster half feb-eind mrt.)

April

  • Planten — Poot 10 cm diep, 30 cm in de rij, rijen 60-70 cm uit elkaar.
  • Beschermen — Dek opkomend loof af bij nachtvorst, of aard extra aan. (Venster half apr-half mei.)

Mei

  • Beschermen — Aard 2-3 keer aan zodra het loof 15-20 cm hoog is. (Beschermt de knollen tegen licht (vergroening) en het loof tegen late vorst.)
  • Wieden — Schoffel onkruid weg tussen de ruggen, gecombineerd met het aanaarden. (Venster mei-half jun.)

Juni

  • Water geven — Geef water bij droogte, vooral tijdens de bloei (start van de knolzetting). (Jun-half aug.)

Juli

  • Oogsten — Krieltjes van vroege rassen rooien zodra de plant bloeit. (Niet bewaarbaar, meteen eten.)

Augustus

  • Oogsten — Hoofdoogst zodra het loof geel wordt en afsterft; laat de knollen kort oppervlakkig drogen. (Venster aug-sep.)
  • Opruimen — Bij aardappelziekte-verdenking het loof afmaaien en afvoeren vóór de schimmel naar de knollen zakt. (Restafval, niet composteren.)

Verzorging

  • Grond/pH: Losse, licht zure grond; pH 5,0-6,0 remt aardappelschurft. Vermijd vers bekalkte grond.
  • Zon/schaduw: Volle zon.
  • Water: Matig tot regelmatig; het meest kritiek tijdens de bloei/knolzetting. Te nat verhoogt het risico op aardappelziekte.
  • Plantafstand: 30 cm in de rij, rijen 60-70 cm uit elkaar, poot 10 cm diep.
  • Bemesting: Matig; compost vóór het planten. Te veel stikstof geeft veel loof en een tragere knolvorming.

Goede en slechte buren

Goede buren: Stokboon (bindt stikstof), kool op afstand (deelt geen ziekte, geen concurrentie), afrikaantjes/tagetes (weren aaltjes in de bodem)

Slechte buren: Tomaat (zelfde familie én dezelfde aardappelziekte-schimmel — nooit naast of na elkaar), courgette/komkommer (vochtige, dichte bladmassa verhoogt schimmeldruk rond de aardappelvoet)

De belangrijkste regel is wisselteelt: geen aardappel op hetzelfde bed vóór minstens 3 jaar, en nooit naast tomaat — beide zijn gevoelig voor dezelfde Phytophthora-schimmel.

Ziekten en plagen

Aardappelziekte (Phytophthora infestans)

Symptomen: Bruine, snel uitbreidende vlekken op blad en stengel bij vochtig weer; knollen kunnen wegrotten.

Bio-remedie: Aangetast loof direct afmaaien en afvoeren (restafval); vroeg geoogste knollen blijven vaak gezond.

Voorkomen: Resistente rassen (Sarpo Mira); ruime plantafstand voor luchtcirculatie; wisselteelt; niet naast tomaat.

Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata)

Symptomen: Geel-zwart gestreepte kevers en rode larven vreten het loof kaal.

Bio-remedie: Kevers, larven en eipakketjes (aan de onderkant van het blad) met de hand verwijderen en in zeepwater verdrinken.

Voorkomen: Regelmatig controleren vanaf mei; wisselteelt vermindert overwinterende populaties.

Ritnaalden (larven van kniptor)

Symptomen: Dunne gangetjes in de knollen, vooral op grond die net van gazon/grasland is omgezet.

Bio-remedie: Aangetaste knollen apart houden; niet zaligmakend te bestrijden, populatie neemt af naarmate de grond langer bewerkt wordt.

Voorkomen: Vermijd aardappel het eerste jaar na omgezet grasland; grond regelmatig bewerken verstoort de levenscyclus.

Oogst en onderhoud

Rooi bij droog weer. Vroege krieltjes meteen eten (niet bewaarbaar). Voor bewaaraardappelen: laat de knollen na het rooien 1-2 uur oppervlakkig drogen in de schaduw (niet in fel zonlicht — groen worden = giftig solanine), borstel grof vuil af zonder te wassen, en bewaar donker, koel (4-8°C) en vorstvrij in een jute of papieren zak (geen plastic — vocht). Bewaar nooit naast appels of peren: het ethyleengas versnelt kieming. Gecontroleerd goed, houden hoofdoogstrassen het maanden vol.

Bronnen

  • GBIF Backbone Taxonomy — Solanum tuberosum, ACCEPTED (gbif.org/species/2930262)
  • Wikispecies — Solanum tuberosum, taxonomie & auteurscitatie (species.wikimedia.org/wiki/Solanum_tuberosum)

Tuintaken voor aardappel

Verwante planten

Zet in mijn tuin →Gratis · in 3 stappen klaar

Wil je per seizoen precies weten wat te doen in jóuw tuin? → Bekijk de Seizoenpas