Overzicht van alle tuintaken voor snijbiet (groente), met per taak het juiste moment.
Actuele maand: Augustus
Wat moet je nu doen in je tuin?
Jaarkalender
Het hele tuinjaar voor snijbiet in één blik. Een maand kan meerdere fasen dragen — die staan dan naast elkaar in dezelfde cel.
| Snijbiet | J | F | M | A | M | J | J | A | S | O | N | D |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Fase |
- Zaaien / opkweken
- Verzorgen
- Oogsten
- Opruimen
Botanische naam en rassen
Beta vulgaris var. cicla (Amarantenfamilie (Amaranthaceae), vroeger bij de ganzenvoetfamilie gerekend)
- Lucullus — De klassieker: brede witte ribben, lichtgroen gekruld blad, snelle groei. Verdraagt een warme zomer redelijk en is de standaardkeuze als je snijbiet vooral als groente wil.
- Groene gewone met witte ribben — Het oude landras dat in veel Vlaamse tuinen staat. Onopvallend maar taai, en in de praktijk de betrouwbaarste als je op een tweede snee in het voorjaar mikt.
- Bright Lights — Mengsel met gele, oranje en roze tot rode ribben. Wordt evengoed in het bloembed gezet als in de moestuin; smaakt iets milder, maar de gekleurde types komen doorgaans minder goed door een natte winter dan de witte.
- Fordhook Giant — Zwaar donkergroen blad met dikke witte ribben. Beste keuze als je de ribben apart wil klaarmaken, maar geef hem ruimte: reken 40 cm in plaats van 30.
- Verde da taglio (fijne snijbiet) — Klein, dun blad met een smalle rib, bedoeld om jong te snijden als babyblad. Zaai dicht, om de 5 tot 10 cm, en snijd de hele rij in één keer af.
Maand-per-maand kalender
Januari
- Beschermen — Kijk na een vorstperiode of het vliesdoek of het stro nog op zijn plaats ligt. (Meer moet er niet gebeuren. Blijft het lang nat en zacht, haal de afdekking dan even weg zodat het hart kan drogen.)
Februari
- Wieden — Haal het rotte winterblad tussen de overwinterde planten weg. (Zo staat het hart droog en heb je in maart minder slakken op de jonge blaadjes.)
Maart
- Oogsten — Pluk de eerste jonge bladeren van de planten die de winter door zijn. (Buiten zaaien is meestal nog te koud en te nat; onder een tunnel of platte bak kan het wel.)
April
- Zaaien — Zaai ter plaatse, 1 tot 2 cm diep, in rijen van 35 cm. (Werk vooraf twee tot drie emmers compost per vierkante meter door de bovenste laag.)
Mei
- Wieden — Dun uit tot één plant per 25 à 30 cm en schoffel de rij vrij. (De uitgedunde plantjes zijn eetbaar; gooi ze niet weg maar gebruik ze rauw in een salade.)
Juni
- Oogsten — Begin met doorplukken: buitenste bladeren eraf, hart laten staan. (Ongeveer acht tot tien weken na het zaaien. Vanaf nu is het elke week hetzelfde werk.)
Juli
- Zaaien — Zaai een tweede rij voor de herfst- en winteroogst. (Houd de zaairil nat; in volle zomer kiemt snijbiet slecht op droge grond.)
Augustus
- Water geven — Geef in droge weken een flinke gift water aan de voet van de planten. (Dit is de maand waarin de ribben taai worden als je het laat versloffen.)
September
- Oogsten — Blijf wekelijks plukken; het blad wordt in de koelere nachten weer malser. (Ook de zomerplanten die er verlept bij stonden, komen nu meestal terug.)
Oktober
- Oogsten — Oogst door, en pluk vlak voor een koude nacht wat extra. (Na de eerste lichte nachtvorst smaakt het blad iets zoeter.)
November
- Beschermen — Leg vliesdoek of een handvol stro klaar voor de eerste echte vorst. (Wil je in het voorjaar een tweede snee, dan is dit het moment dat het verschil maakt.)
December
- Oogsten — Pluk wat je nodig hebt, telkens een paar bladeren per plant. (Oogst bij voorkeur op een vorstvrije dag; bevroren blad breekt en rot daarna weg.)
Verzorging
- Grond/pH: 6,0 tot 7,5. Snijbiet is niet kieskeurig over grondsoort, maar houdt niet van zure grond; onder pH 6 blijft hij duidelijk achter. Bekalken doe je in de herfst vóór de teelt, niet vlak voor het zaaien.
- Zon/schaduw: Volle zon geeft de zwaarste oogst, maar snijbiet is een van de weinige groenten die het in halfschaduw nog goed doet. Reken op minstens vier uur zon per dag. In de schaduw van een haag blijft de plant kleiner, maar wordt het blad juist malser en schiet hij minder snel door.
- Water: Gelijkmatig vochtig houden. Reken bij droogte op 10 tot 15 liter per vierkante meter per week, in één beurt aan de voet in plaats van elke dag een scheutje. Krijgt de plant het te droog, dan worden de ribben draderig en het blad bitter; dat herstelt niet meer, ook niet als je daarna weer water geeft.
- Plantafstand: 25 tot 30 cm tussen de planten, 35 tot 45 cm tussen de rijen. Voor de zware types zoals Fordhook Giant mag het 40 cm zijn. Wil je babyblad snijden, zaai dan dicht op 5 tot 10 cm en dun je niet uit.
- Bemesting: Matige eter. Twee tot drie emmers goed verteerde compost per vierkante meter bij de voorbereiding is genoeg voor het hele seizoen. Bijmesten hoeft zelden; alleen na een zware oogstperiode in juli kan een gift verdunde brandnetelgier of wat gedroogde stalmest helpen. Overdrijf niet met stikstof: dat geeft slap blad dat nitraat opstapelt en gevoeliger is voor luizen.
Goede en slechte buren
Goede buren: ui, prei, sla, kool, wortel, radijs
Slechte buren: rode biet, spinazie, snijbiet op hetzelfde bed als vorig jaar
Snijbiet, rode biet en spinazie zijn naaste familie en delen dezelfde bodemschimmels en aaltjes: zet ze niet naast elkaar en laat minstens drie jaar tussen twee bietachtigen op hetzelfde bed. De goede buren zijn tuinpraktijk, geen onderzoek: het komt er vooral op neer dat lage of smalle gewassen zoals ui, prei en wortel geen ruimte of licht wegnemen van het brede snijbietblad. Wat wel telt: zet snijbiet niet vlak naast iets dat in juli hoog uitgroeit, want dan staat je oogstrij de rest van de zomer in de schaduw.
Ziekten en plagen
Bietenvlieg (Pegomya hyoscyami)
Symptomen: Bleke, blaasachtige gangen tussen de boven- en onderkant van het blad, die uitgroeien tot bruine, papierdunne vlekken. Houd je het blad tegen het licht, dan zie je de made in de gang zitten.
Bio-remedie: Knijp de made in de gang dood tussen duim en wijsvinger, of pluk de aangetaste bladeren weg. Gooi die bij het huisvuil en niet op de composthoop, anders komt de vlieg volgend jaar gewoon terug.
Voorkomen: Insectengaas over de rij vanaf het zaaien tot half juni, wanneer de eerste vlucht voorbij is. Ruim melganzenvoet en zwarte nachtschade rond het bed op, dat zijn de wilde waardplanten.
Slakken
Symptomen: Onregelmatige gaten in het blad en volledig weggevreten kiemplanten, vaak met een glimmend spoor ernaast. Vooral schade in mei en na natte periodes; het jonge blad van overwinterde planten in maart is ook geliefd.
Bio-remedie: 's Avonds met een zaklamp rapen, of slakkenkorrels op basis van ijzer(III)fosfaat rond de rij strooien; die zijn in de biologische teelt toegelaten.
Voorkomen: Leg geen verse mulch vlak bij pas gezaaide rijen en houd de eerste weken een strook kale, droge grond rond de zaairil. Grote planten hebben er nauwelijks nog last van.
Valse meeldauw (Peronospora farinosa f.sp. betae)
Symptomen: Vaalgele vlekken op de bovenkant van het blad met een grijsviolette, vilterige aanslag aan de onderkant. Het hart vervormt, blijft klein en krult om. Verschijnt vooral bij koel en vochtig weer in het voorjaar en het najaar.
Bio-remedie: Pluk het aangetaste blad weg en geef de plant lucht. Er is geen biologisch middel dat de schimmel uit een besmette plant haalt; is het hart aangetast, ruim de plant dan op.
Voorkomen: Ruime plantafstand, water aan de voet in plaats van over het blad, en geen twee jaar na elkaar snijbiet of rode biet op hetzelfde bed.
Bladvlekkenziekte (Cercospora beticola)
Symptomen: Ronde vlekjes van 2 tot 5 mm met een lichtgrijs midden en een roodbruine rand. Bij zware aantasting valt het oude blad weg en groeit de plant alleen nog vanuit het hart. Vooral in warme, vochtige zomers.
Bio-remedie: Pluk het aangetaste blad weg zodra je de eerste vlekjes ziet; de plant loopt daarna gewoon opnieuw uit vanuit het hart.
Voorkomen: Vermijd een dichte, vochtige stand en ruim aan het eind van het seizoen alle gewasresten op. De schimmel overwintert op oud blad in en op de grond.
Oogst en onderhoud
Oogsten doe je door de buitenste bladeren een paar centimeter boven de grond af te snijden met een mes of een schaar, en het hart te laten staan. Neem per keer hooguit een derde van de plant, dan groeit hij bij en pluk je van juni tot in november van dezelfde rij; overwinterde planten geven in maart en april nog een tweede snee. Vers blad bewaart slecht: in een vochtige doek of een gesloten zak in de groentelade blijft het drie tot vijf dagen goed, daarna wordt het slap. Wil je langer bewaren, snijd dan de ribben uit het blad, blancheer het blad één minuut en de ribben twee tot drie minuten, koel snel af in ijswater en vries in porties in; zo blijft het ongeveer acht maanden bruikbaar. De ribben laten zich ook melkzuur inleggen zoals bleekselderij. Blad van een plant die al bloemstengels maakt, is taai en bitter: dat gebruik je niet meer.
Bronnen
- Velt beschrijft warmoes, zoals snijbiet in Vlaanderen ook heet, als een gemakkelijk bladgewas uit de ganzenvoetfamilie dat van mei tot en met oktober te oogsten is en dat in een koude kas of tunnel vervroegd of verlaat kan worden, zie https://velt.nu/groente/warmoes
- Tuinadvies raadt aan om van half maart tot eind augustus regelmatig bij te zaaien in rijen van 25 cm, de grond voldoende vochtig te houden en het blad enkele centimeters boven de grond af te snijden zodat de stronkjes opnieuw uitlopen, zie https://www.tuinadvies.be/planten/kruiden/beta-vulgaris/snijbiet-warmoes/
- De Royal Horticultural Society geeft 30 cm plantafstand in rijen van 45 cm, twee hoofdzaaimomenten in april en juli, en noemt bietenvlieg, valse meeldauw, grauwe schimmel en slakken als de belangrijkste problemen, zie https://www.rhs.org.uk/vegetables/chard/grow-your-own
- De Bolster, biologische zaadhandel, beschrijft zaaien van maart tot augustus op ongeveer 1 cm diepte, rechtstreeks ter plaatse omdat de plant zich slecht laat verspenen, en oogsten door het blad 3 cm boven het maaiveld af te snijden, zie https://www.bolster.nl/snijbiet-telen/t5352
Tuintaken voor snijbiet
Verwante planten
- Aardappel — beide groenten
- Andijvie — beide groenten
- Aubergine — beide groenten
- Bloemkool — beide groenten
- Boerenkool — beide groenten
Wil je per seizoen precies weten wat te doen in jóuw tuin? → Bekijk de Seizoenpas