Overzicht van alle tuintaken voor sluitkool (groente), met per taak het juiste moment.
Actuele maand: Augustus
Wat moet je nu doen in je tuin?
Jaarkalender
Het hele tuinjaar voor sluitkool in één blik. Een maand kan meerdere fasen dragen — die staan dan naast elkaar in dezelfde cel.
| Sluitkool | J | F | M | A | M | J | J | A | S | O | N | D |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Fase |
- Zaaien / opkweken
- Planten
- Verzorgen
- Oogsten
- Opruimen
Botanische naam en rassen
Brassica oleracea var. capitata (Brassicaceae (kruisbloemigenfamilie))
- Ditmarser Vroege (ook Ditmarsen of Ditmarser Früher) — Vroege witte zomerkool met een kleine ronde bol van een kilo of twee. Snel klaar, ongeveer tien tot twaalf weken na het planten. Barst gemakkelijk open als je te lang wacht, dus snijden zodra hij hard is. Niet geschikt om te bewaren.
- Brunswijker (Braunschweiger) — Oud Duits ras met een platronde, brede bol. Herfstkool die je in oktober snijdt en een maand of twee kunt houden. Zaadvast, dus je kunt er zelf zaad van winnen.
- Marner Lagerweiss — De klassieke witte bewaarkool: harde, zware bol met weinig blad. Snijden in oktober of november, houdt in een koele kelder tot in maart. Ook het gangbare ras voor zelfgemaakte zuurkool.
- Langedijker Bewaar — Nederlandse klassieker in rode kool, genoemd naar de Langedijker tuinbouwstreek. Vaste donkerrode bol die de winter door goed blijft. Heeft een lang seizoen nodig, dus in april zaaien en eind mei uitplanten.
- Rodynda — Zaadvaste rode kool uit de biologische veredeling, breed verkrijgbaar in het bio-zaadcircuit in Nederland en België. Middenvroeg, middelgrote bol, goede smaak en meestal wat minder gevoelig voor barsten dan de late bewaarrassen.
- Marner Frührot — Vroege rode kool met een kleinere bol, klaar vanaf eind juli. Handig als je rode kool wilt eten zonder te wachten tot november, maar hij bewaart niet.
Maand-per-maand kalender
Januari
- Opruimen — Loop de bewaarde kolen in de kelder na en haal rottende buitenbladen weg. (Eén rotte bol steekt de rest aan. Controleer om de twee weken en eet de aangetaste eerst op.)
Februari
- Bemesten — Meet de zuurgraad van het koolbed en strooi kalk als de pH onder 6,5 zit. (Kalk werkt traag, daarom nu en niet vlak voor het planten. Een pH rond 7 remt knolvoet duidelijk af.)
Maart
- Zaaien — Zaai vroege witte kool binnen of onder glas in perspotten. (Bij 15 tot 18 graden komt het zaad in vijf tot zeven dagen op. Daarna koeler en vooral licht zetten, anders rekken de plantjes.)
April
- Zaaien — Zaai bewaarkool en rode kool buiten in een zaaibed, en plant de vroege kool van maart uit. (Werk voor het planten een emmer rijpe compost per vierkante meter in en trap de grond daarna weer aan.)
Mei
- Planten — Plant bewaarkool en rode kool uit op 55 tot 60 cm en leg meteen insectengaas erover. (Het gaas gaat er dezelfde dag op. Eén nacht zonder is genoeg voor de koolvlieg.)
Juni
- Wieden — Schoffel tussen de rijen, aard aan en kijk wekelijks onder de bladeren naar rupsen. (Til het gaas op om te wieden en leg het meteen weer dicht. Eitjes van het koolwitje zitten als gele hoopjes aan de onderkant van het blad.)
Juli
- Bemesten — Geef bewaarkool en rode kool een bijmesting en snijd de eerste vroege zomerkool. (Voelt de bol hard aan, dan wachten alleen maar barsten oplevert. Snijden is beter dan te lang laten staan.)
Augustus
- Water geven — Houd het vochtgehalte gelijkmatig, zeker als het lang droog is geweest. (Een flinke regenbui na drie droge weken laat de bollen openbarsten. Mulchen en op tijd gieten voorkomt dat.)
September
- Beschermen — Let op melige koolluis en de laatste rupsengeneratie, en laat het gaas liggen. (Grijze plakkaten luizen zitten diep in het hart. Vroeg wegspuiten met water of het blad wegplukken werkt beter dan achteraf ingrijpen.)
Oktober
- Oogsten — Snijd de bewaarkool en de rode kool zodra de bollen hard aanvoelen. (Droog weer is het beste oogstmoment. Natte kool schimmelt sneller in de bewaring.)
November
- Oogsten — Haal alles binnen voor het echt streng gaat vriezen en rooi de eerste stronken. (Een lichte nachtvorst kan de kool hebben, doorgevroren bollen bewaren niet.)
December
- Opruimen — Rooi de laatste stronken en zaai het bed in met een groenbemester. (Stronken met knolvoetknobbels bij het groenafval, niet op de composthoop. Noteer waar de kool stond voor je vruchtwisseling.)
Verzorging
- Grond/pH: 6,5 tot 7,5. Kool doet het merkbaar beter op kalkrijke grond en op zure grond onder 6,0 krijg je bijna zeker knolvoet. Meet de pH voor je begint en strooi in de winter kalk als hij te laag is, want kalk heeft maanden nodig om te werken. Kalk en verse mest gaan niet samen in dezelfde beurt: geef ze een seizoen uit elkaar.
- Zon/schaduw: Volle zon, minstens zes uur per dag. In halfschaduw krijg je wel bladeren maar geen vaste bol. Kool verdraagt wind goed, al staat hoge herfstkool stabieler als je hem hebt aangeaard.
- Water: Ongeveer 15 tot 20 liter per vierkante meter per week in een droge zomer, in één keer gegeven in plaats van elke dag een scheutje. Kool wortelt diep genoeg om een week door te komen, maar hij verdraagt slecht dat het afwisselt tussen kurkdroog en kletsnat: dan zuigt de bol zich in één keer vol en barst hij open. Jonge planten die net uitgeplant zijn hebben nog nauwelijks wortels en willen de eerste twee weken wél vaker water. Een mulch van compost of gedroogd maaisel halveert het gietwerk.
- Plantafstand: Vroege zomerkool 40 tot 45 cm in het vierkant, herfst- en bewaarkool 55 tot 60 cm. Ruimer planten geeft grotere bollen, krapper planten geeft meer maar kleinere kolen. Ga niet onder 40 cm: dan blijft het te lang vochtig tussen de bladeren en krijg je smet en luis. Zet de rijen zo dat je er met de gieter en het gaas bij kunt zonder op het bed te stappen.
- Bemesting: Sluitkool is een sterke eter, zeker de bewaarrassen die vijf maanden op dezelfde plek staan. Werk in het voorjaar twee emmers rijpe compost of goed verteerde stalmest per vierkante meter in. Geef daarbovenop één bijmesting als de bol begint te sluiten, zo'n vijf tot acht weken na het planten. Stop met stikstof vanaf half augustus: kool die daarna nog zacht doorgroeit houdt het niet in de bewaring en trekt luizen aan.
Goede en slechte buren
Selder naast kool is de klassieker in Vlaanderen: de geur zou het koolwitje van de wijs brengen. Hard bewijs daarvoor is er niet, en insectengaas doet aantoonbaar meer. Wat in proeven wél werkt is een onderzaai van witte klaver of een grasstrook tussen de kolen: koolvlieg en luis landen dan vaker op het verkeerde blad en vinden de kool moeilijker terug. Het kost je wel opbrengst, want de klaver concurreert om water en stikstof, dus zaai hem pas als de kool goed aangeslagen is. Belangrijker dan welke buur ook is de vruchtwisseling: minstens vier jaar geen kruisbloemigen op dezelfde plek, en zes jaar als je knolvoet hebt gehad.
Ziekten en plagen
Koolwitje (groot en klein koolwitje, Pieris brassicae en Pieris rapae)
Symptomen: Gele of witgele eitjes in hoopjes aan de onderkant van het blad, daarna rupsen die eerst gaatjes vreten en later hele bladeren tot de nerven kaalvreten. Groene keutels tussen de bladeren zijn het eerste teken. Rupsen die het hart in kruipen maken de bol onverkoopbaar.
Bio-remedie: Eitjes en rupsen wekelijks wegplukken werkt goed zolang je het volhoudt. Blijft het uit de hand lopen, dan is Bacillus thuringiensis (Bt) een middel dat alleen rupsen raakt en niet de bijen; sproei het 's avonds op droog blad en herhaal na regen.
Voorkomen: Fijnmazig insectengaas over bogen, vanaf de dag van planten tot de oogst. Dat is verreweg de effectiefste maatregel en scheelt je het hele seizoen speurwerk.
Koolvlieg (Delia radicum)
Symptomen: De plant blijft achter, verwelkt bij zon en trekt blauwig weg, terwijl er niets aan het blad te zien is. Trek je hem uit, dan zie je witte maden en weggevreten wortels. Vooral pas geplante kool sneuvelt eraan.
Bio-remedie: Als de maden er zitten is er weinig aan te doen: haal de aangetaste plant met wortel en al weg zodat de volgende generatie niet uitvliegt, en plant zo nodig bij.
Voorkomen: Insectengaas met de randen ingegraven, of een koolkraag van vilt of stevig karton van ongeveer 12 cm doorsnee rond elke stengel, zodat de vlieg niet bij de grond kan. Aanaarden helpt daarnaast omdat de plant boven de vraatschade nieuwe wortels maakt.
Melige koolluis (Brevicoryne brassicae)
Symptomen: Grijsgrauwe, met een melig waslaagje bedekte kolonies, vaak diep in het hart of aan de onderkant van jonge bladeren. Het blad krult op en verkleurt geel of paars. In een warme, droge nazomer gaat het snel.
Bio-remedie: Vroeg ingrijpen: aangetaste bladeren wegplukken of de kolonies met een harde straal water eraf spuiten. Zeepsop pakt de luis slecht omdat het waslaagje het water afstoot, dus mik op wegplukken.
Voorkomen: Gaas houdt ook de gevleugelde luizen tegen. Laat wat bloeiende schermbloemigen en klaver staan voor zweefvliegen en lieveheersbeestjes, en mest niet te zwaar met stikstof in de nazomer.
Knolvoet (Plasmodiophora brassicae)
Symptomen: Planten die bij zon verwelken en 's avonds weer bijkomen, achterblijvende groei, en aan de wortels dikke misvormde knobbels in plaats van fijne haarwortels. De bol blijft klein of komt er helemaal niet.
Bio-remedie: Er is geen middel tegen. Rooi zieke planten met wortel en al en gooi ze bij het groenafval, nooit op de eigen composthoop, want de sporen blijven twintig jaar in de grond zitten.
Voorkomen: Zuurgraad op 7,0 tot 7,5 houden met kalk, zorgen voor goede afwatering, minstens zes jaar geen kruisbloemigen op die plek, en opkweken in potjes zodat de plant met een gezonde kluit de grond in gaat. Bij zware besmetting bestaan er tolerante rassen; vraag ernaar bij je zaadleverancier.
Slakken
Symptomen: Onregelmatige gaten met gladde randen in de bladeren, glimmende slijmsporen, en jonge net uitgeplante kool die 's nachts helemaal verdwijnt. Later in het seizoen kruipen ze tussen de buitenbladen van de bol.
Bio-remedie: 's Avonds of na regen met een zaklamp rapen is het effectiefst. Werkt dat niet, gebruik dan korrels op basis van ijzer(III)fosfaat, die zijn toegelaten in de biologische teelt.
Voorkomen: Plant stevige, opgekweekte planten uit in plaats van ter plaatse te zaaien, zodat ze de eerste weken sneller ontgroeien. Houd de rand van het bed kort en laat geen planken of stenen liggen waar slakken zich overdag verstoppen.
Zwartnervigheid of zwartrot (Xanthomonas campestris pv. campestris)
Symptomen: Gele V-vormige vlekken die vanaf de bladrand naar binnen groeien, met zwart verkleurde nerven erin. Snijd je de stengel door, dan zie je een zwarte ring. Aangetaste kool rot in de bewaring van binnenuit weg.
Bio-remedie: Niet te behandelen. Ruim zieke planten meteen op en bewaar ze zeker niet mee met de rest.
Voorkomen: De bacterie zit vaak al in het zaad, dus koop gecertificeerd zaad en win geen zaad van zieke planten. Werk niet tussen natte kool, houd ruimte tussen de planten en pas vruchtwisseling toe.
Oogst en onderhoud
Sluitkool is klaar als de bol hard en zwaar aanvoelt; kijken helpt niet, knijpen wel. Vroege zomerkool staat er ongeveer tien tot twaalf weken na het planten, herfst- en bewaarkool vier tot zes maanden. Snijd de stronk vlak boven de grond door met een scherp mes. Bij zomerkool kun je daarna een kruis van een centimeter diep in de achtergebleven stronk snijden: er groeien dan nog een paar kleine kooltjes uit, klaar in een week of zes. Vroege kool wacht niet: hij barst open als hij te lang staat, zeker na een regenbui op droge grond. Zie je de bol scheuren, dan kun je hem soms nog een week rekken door de plant met een halve draai los te trekken zodat een deel van de wortels breekt en de wateropname stopt. Beter is gewoon snijden en opeten. Bewaarkool en rode kool oogst je in oktober en november, bij droog weer. Een lichte nachtvorst is geen probleem en maakt de kool zelfs iets zoeter, maar een bol die door en door bevroren is geweest gaat rotten en moet je meteen opeten. Trek de plant met wortel en al uit, laat drie of vier stevige buitenbladen zitten als bescherming en hang hem ondersteboven op een koele, donkere plek van 0 tot 4 graden met wat luchtbeweging, of leg de kolen los naast elkaar in een kist. Zo houdt witte bewaarkool het tot in maart en rode kool tot januari of februari. Kijk om de twee weken na en haal rottende bladeren en aangetaste bollen eruit, want één rotte kool steekt de buren aan. Wat je niet vers kunt opeten gaat naar zuurkool: witte kool fijnsnijden, 20 gram zout per kilo erdoor kneden en onder het eigen vocht laten fermenteren. Rode kool laat zich prima invriezen als je hem eerst kort blancheert of al gestoofd hebt.
Bronnen
- RHS — Cabbages: grow your own (https://www.rhs.org.uk/vegetables/cabbages/grow-your-own), geraadpleegd 6 augustus 2026: zaai- en plantvensters, vijf weken opkweek, oogst na vier tot zes maanden, stronken rooien tegen koolziekten, gieten bij droogte.
- Velt vzw (velt.nu) — ecologisch moestuinieren: vruchtwisseling van vier tot zes jaar voor kruisbloemigen, kalk tegen knolvoet, insectengaas als eerste keuze boven bestrijding.
- Tuinadvies.be — teeltinformatie kool voor Vlaanderen: plantafstanden en bewaring van herfst- en bewaarkool.
- Wageningen University & Research (wur.nl) — onderzoek naar knolvoet (Plasmodiophora brassicae) en koolvlieg (Delia radicum) in koolgewassen, waaronder de onderzaai-proeven met klaver.
- De Bolster (debolster.nl) en Bingenheimer Saatgut (bingenheimersaatgut.de) — rassenbeschrijvingen van biologische, zaadvaste witte en rode kool.
Tuintaken voor sluitkool
Verwante planten
- Aardappel — beide groenten
- Aubergine — beide groenten
- Bloemkool — beide groenten
- Boerenkool — beide groenten
- Courgette — beide groenten
Wil je per seizoen precies weten wat te doen in jóuw tuin? → Bekijk de Seizoenpas